Piet Devos

Naam: Piet DevosPiet bij pa's bibliotheek

Beroep: schrijver, literatuurwetenschapper, vertaler (van Frans- en Spaanstalige literatuur)

Wat ben je op dit moment aan het lezen?

Momenteel lees ik Het verstoorde leven, de dagboeken waarin de Joodse studente Etty Hillesum haar ervaringen beschrijft in het bezette Amsterdam van 1941-1943. Het is heel aangrijpend hoe deze jonge, scherpzinnige vrouw bleef zoeken naar de hogere zin van het leven, als je weet in wat voor levensbedreigende situatie zij en haar naasten zich bevonden.

Wat betekent diversiteit in literatuur voor jou?

Doordat ik zelf volledig blind ben, vind ik lichamelijke en mentale diversiteit in literatuur van groot belang. Als geen andere kunstvorm stelt literatuur ons in staat ons in te leven in de personages, als het ware in hun hoofd en huid te kruipen. Zo kan de lezer ook de afwijkende ervaringswereld van personages met een beperking leren kennen, beter begrijpen hoe zij de dingen om hen heen waarnemen en hoe hun dagelijks leven er precies uitziet. Dit geldt bijvoorbeeld voor Het instituut van Vincent Bijlo, waarin de auteur het reilen en zeilen op een traditioneel blindeninstituut beschrijft, maar ook wel vlijmscherp op de korrel neemt.

Goede literatuur maakt korte metten met vooroordelen en clichés, ook wat betreft zogenaamde beperkingen. Zo menen veel goedziende mensen dat blind zijn gelijkstaat aan opgesloten zijn in volslagen duisternis. Dat is een totale misvatting. Daar kom je snel genoeg achter, als je bijvoorbeeld de prachtige autobiografische boeken van de Fransman Jacques Lusseyran (1924-1971) leest, zoals Het teruggevonden licht of De wereld begint vandaag. Lusseyran verloor zijn gezichtsvermogen weliswaar op zijn achtste, maar in zijn werk geeft hij heel gedetailleerde beschrijvingen van de innerlijke beelden die hij zijn leven lang is blijven zien. Ondanks de fysieke blindheid bleef hij in sterke mate visueel denken, wat hem met name hielp om zich ruimtelijk te oriënteren of om zich een eerste indruk van mensen te vormen.

Zulke boeken herinneren ons aan onze kwetsbaarheid en de onbestendigheid van ons bestaan. Herlees maar eens een klassieker als Mrs. Dalloway van Virginia Woolf. En je zult merken dat Woolf, die zelf leed aan wat we tegenwoordig een ‘bipolaire stoornis’ zouden noemen, ons confronteert met ziekten en beperkingen als een onvervreemdbaar onderdeel van de menselijke conditie. En terecht natuurlijk. Naar schatting leven 13 procent van de Belgen met een functiebeperking, dat is dus meer dan één op de tien, en toch komen ze in de media slechts zelden aan bod. Gelukkig staan kunst en literatuur minder weigerachtig tegenover diversiteit en de afwijkende perspectieven die zij impliceert. Dit is mede te danken aan het toenemend aantal mensen met een beperking die zelf de pen ter hand hebben genomen, ook in ons taalgebied. Denken we maar aan dichter-romancier Mustafa Kör of essayiste Karin Spaink.

Tot slot kan dergelijke literatuur ook een (impliciete) aanklacht zijn tegen de manier waarop we, nu of in het verleden, mensen met een beperking maatschappelijk behandelen. Heel indrukwekkend in dit verband vond ik Suikerspin van Erik Vlaminck. Voor dit boek heeft de auteur namelijk grondig archiefonderzoek verricht naar het schrijnende lot van een Siamese tweeling, die in het begin van de twintigste eeuw op Belgische kermissen werd tentoongesteld. Vlaminck toont daarbij niet alleen de schandelijke uitbuiting waarvan deze (dubbele) vrouw het slachtoffer werd, door haar eigen brieven in zijn tekst op te nemen verleent hij haar ook een eigen stem, een weerwoord en een heel menselijk gezicht.

Welk (kinder)boek met aandacht voor diversiteit kan je aanraden?

Zelden werd ik de voorbije jaren zo sterk getroffen als door de bekroonde roman Malva van Hagar Peeters. Daarin neemt het meervoudig gehandicapte dochtertje Malva van Pablo Neruda namelijk het woord om haar kant van de gebeurtenissen uit de doeken te doen. Het blijkt dat haar vader, de grote lyrische voorvechter van de onderdrukten, het bestaan van dit meisje altijd heeft ontkend. Zij werd in 1934 geboren, als kind van Neruda’s eerste huwelijk met een Nederlands-Indische vrouw, maar stierf al op achtjarige leeftijd aan de gevolgen van een zogenaamd ‘waterhoofd’. Neruda was echter toen al lang met de noorderzon verdwenen. Ik denk dat dit verhaal me ook aangreep, omdat ik me al jarenlang bezighoud met Latijns-Amerikaanse poëzie en zelfs nog les heb gegeven over Neruda, zonder van Malva af te weten.

Toch is Peeters niet in de val getrapt om er een bittere tirade tegen een lafhartige vader van te maken. Haar Malva blijft een speels en vrolijk kind dat boordevol taalgrapjes en poëzie zit, maar ook vol mededogen haar vader om rekenschap vraagt. Was ze dan echt niet waard dat hij haar liefhad, enkel en alleen omdat ze met die handicap geboren werd?

Als kind las ik graag een verhaal over…

… Geschiedenis! Ik had een zwak voor de historische romans van onder meer Paul Kustermans en Karel Verleyen maar vooral van Thea Beckman. Haar boeken, waaronder Geef me de ruimte, Het rad van fortuin en natuurlijk Kruistocht in spijkerbroek, heb ik werkelijk verslonden. Ik hield van de middeleeuwse wereld die Beckman zo beeldend wist op te roepen. Die boeken waren bovendien spannend en avontuurlijk. Ondertussen stak je nog een heleboel op ook, maar al die nieuwe dingen leerde je als het ware zonder erbij te denken. Beckman was echt een uitzonderlijk goede verteller!

Als kind had ik graag een verhaal gelezen over…

… Als kind kwam ik zelden overtuigende portretten van mensen met een beperking tegen in wat ik las. Dat vond ik wel jammer. Er waren wel kinderboeken die de lezertjes zogezegd introduceerden in de leefwereld van blinde kinderen, maar die stonden boordevol platitudes. Zo zou elke blinde aanleg hebben voor muziek, nonsens natuurlijk. Ook in sprookjes komt wel veel lichamelijke diversiteit voor – heksen, reuzen, dwergen enzovoort -, maar de helden lijken altijd normaal te zijn. Erger nog, vaak staat een handicap ook voor negatieve morele eigenschappen, zoals kapitein Haak uit Peter Pan wiens hand door een krokodil is opgegeten. In die jaren dacht ik uiteraard niet op een metaniveau over literatuur na, maar ik vroeg me wel vaak af waarom in al die boeken geen blinde of dove kinderen voorkwamen.

Er is meer diversiteit nodig in onze boeken omdat…

… Zoals ik in de vraag hierboven aangaf, lijkt kinderliteratuur me vaak normbevestigend te zijn als het om ziekte en beperkingen gaat. Dit geldt trouwens ook voor veel volwassenenliteratuur. Dit kan best wat subversiever. Een literaire tekst hoeft heus geen politiek pamflet te worden, maar kan juist door de gekozen vorm en het verhaal ongewone perspectieven op de werkelijkheid openen.

In deze tijd waar alles rond de mythe van het productieve en autonome individu draait, is het juist goed om mensen met een beperking aan het woord te laten. Zij weten immers als geen ander dat niet alles maakbaar en controleerbaar is, laat staan in geld of cijfers valt om te zetten. Maar bovenal is er een enorme rijkdom aan kennis en ervaring te ontdekken in de diverse leefwerelden van mensen met een beperking, die slechts zelden wordt onderkend. Het is een onuitputtelijke bron van menselijke creativiteit, veerkracht en weerbaarheid, die op toekomstige schrijvers en lezers wacht.

Advertenties

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: